Raken vrouwen opgewonden van grote dingen?

Een dikke auto, een zware motor, hoge bergen, een enorme vis. De wereld van mannen lijkt er een te zijn van groot, groter grootst. Of is dat alleen om vrouwen over de streep te trekken?

De afgelopen 6 dagen en 14 uur had ik een Tinder-profiel. Nu kan ik zeggen dat ik deze heb aangemaakt als research voor dit verhaal. Aannemelijk, toch? Maar nee, ik was nieuwsgierig en ook wel getriggerd door verhalen van vriendinnen. Een goed gesprek met een leuke man, dat lijkt mij eigenlijk ook wel weer eens fijn. Nou, het was een openbaring.

Voor wie niet weet hoe Tinder werkt, een korte uitleg. Je maakt een profiel aan waarin je foto’s kwijt kunt en een korte beschrijving over jezelf. Je kunt aangeven of je op zoek ben naar een langetermijnrelatie, alleen plezier of iets ertussenin. Welke talen je spreekt, je sterrenbeeld, opleiding, of je kinderen hebt of wilt, enzovoorts. Je kunt ook bijna alles leeg laten en verrassend veel mannen doen dat. Elke keer dat je de app opent zie je een foto van (in mijn geval) een man. Je kunt het profiel lezen, mits ingevuld, en foto’s bekijken. Vind je het niks, dan veeg je de foto naar links en wil je meer van die persoon weten, dan swipe je naar rechts. Vindt die persoon jou ook interessant, dan is er een match en kun je met elkaar chatten. Regelmatig kreeg ik een bericht dat ik 1 of 5 ‘ likes’ had, maar alleen betalende leden kunnen zien wie dat zijn. Goed, dat is hoe het werkt.

Sporten, sporten, sporten

Eerlijk = eerlijk; ik heb me er wel mee vermaakt. Mannen kijken. Mijn ‘aanbod’ was tussen de pakweg 44 en 62 jaar en ze hebben verrassend veel gemeen. Met elkaar, niet met mij. Zo wist ik niet dat er zoveel mannen zijn die van sushi houden. 

Er werden de nodige cliché’s bevestigd. Een foto van een man zonder hoofd en/of een zeer gespierd lijf al dan niet met tatoeages herkende ik al snel als een uitnodiging tot ‘alleen plezier’. Da’s ook niks voor mij. Al zijn die ver in de minderheid, moet ik zeggen. Ik denk dat het Tinder-imago van ‘alleen ontmoetingen voor seks’ niet helemaal aansluit op mijn leeftijdsgroep.

Het meest heb ik me verbaasd over de hoeveelheid sporten waar veel mannen kennelijk de tijd voor hebben. Wie niet onder een steen heeft gelegen, weet dat padel al een tijdje hip en happening is. Nou, dat zag ik terug. Maar dat is kennelijk niet voldoende om in vorm te blijven. Er moet ook getennist, geracefietst, gewandeld, gedoken, geskied en gezeild worden. En in het weekend beklimmen ze een berg. Potverdorie, ik word al moe als ik er naar kijk. Heeft zo’n man dan nog wel tijd voor een vrouw? Of moet zij ook die berg op?

Gulle lach

Ik denk dat ik in die paar dagen honderd of meer mannen naar links heb geveegd. Een goede foto is namelijk echt wel een must! Ik zag kinnen, hoofden zonder hersenen en vooral heel, heel veel moeilijk kijkende gezichten. Kom op, mannen! Even lachen naar het vogeltje! Een gulle lach is zo aantrekkelijk. Wel heb ik genoten van sommige omschrijvingen. ‘Mijn leven loopt precies zoals gepland, daarom heb ik op m’n 53e een profiel op Tinder’, vond ik wel een hele leuke. Gelukkig zijn er mannen met humor en zelfspot. 

Nog even terugkomend op de titel, die maakt dat je op de link hebt geklikt. Ik heb ze allemaal gezien; de mooie auto’s, de gespierde bovenarmen, grote tatoeages, heel veel motoren (ik hoef toch niet achterop?!) en zelfs mannen met een enorme, werkelijke enorme vis in hun armen. Welke vrouw wordt er nou opgewonden van een man met een gigantische dode vis in z’n armen? Ik kan niet voor elke vrouw spreken, er zullen best vrouwen zijn die opgewonden raken van een grote auto of enorm gespierde en getatoeëerde mannen, hoor. Wie ben ik om daar wat van te vinden. (Alhoewel… die vis???) Maar jeetje, het was een cliché bevestigende week.

Toch maar niet

Ik heb mijn profiel verwijderd. Er zaten wat leuke gesprekken in het vat, maar ik heb dat maar gelaten. Het voelt voor mij toch niet oké om zo naar mensen te kijken en te oordelen, want dat is toch wat je doet. En als ik zo’n dikke vis wil, dan vang ik die zelf wel. (Echt niet!!!) 

Op de foto een screenshot van mijn Tinder-profiel dat ik na 1 week weer verwijderde.

(omslagfoto: Google)

 

Ik houd van God

Huppetee, maar gelijk met de knuppel in het hoenderhok. Want het is best spannend om zoiets te zeggen, je kunt her en der wat meewarige blikken verwachten. Of, ook leuk, beleefd vriendelijk. Proberend jou en je geloof te accepteren en jou in je waarde te laten. Ja, zegt men dan, ik kan me voorstellen dat je daar steun aan hebt. Dat kunnen ze niet. Niet-christenen hebben geen idee. En hoewel het moeilijk is in woorden te vatten wat God in mijn leven betekent, ga ik het nu toch proberen.

Zo begon het:

Anderhalf jaar geleden kwam ik tot geloof, zoals dat heet. Ik zal het maar eerlijk bekennen, het komt mij ook nog wat ongemakkelijk uit m’n mond. Wat er gebeurde was dat in een korte tijd verschillende mensen, volkomen onafhankelijk van elkaar tijdens een live of digitale ontmoeting, iets vertelden over God in hun leven. Zonder dat ik daarnaar vroeg. Toen de vierde persoon, voor mij een vreemde, al wandelend zomaar over God begon te vertellen, stond ik letterlijk stil en kreeg ik kippenvel van top tot teen. Dit is geen toeval meer, realiseerde ik mij. In de Bijbel, boek Mattheus, hoofdstuk 7, staat: Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Nou, ik had niet het gevoel dat ik klopte. Ik had meer het idee dat God op de deur ramde en ik opendeed!

Werd daarmee alles ineens leuk en licht en vrolijk en gelukkig? Helaas. Ik weet dat het bestaat. God kan wonderen verrichten en doet dat ook. Ik heb net het boek Goed genoeg gelezen, van Johan Toet. Een ex-drugscrimineel die volkomen de weg kwijt was en in het duister verkeerde. In de gevangenis kreeg hij zo’n openbaring van God die in zijn cel aanwezig was, dat hij verder niets meer nodig had. Geen therapie, geen afkickkliniek, niks. Zijn zonden zijn schoongewassen. Overigens heeft hij wel gewoon de nodige jaren in de gevangenis doorgebracht en zijn straf uitgezeten. Inmiddels woont hij met z’n vrouw in Brazilië waar hij de allerarmsten in de krottenwijken helpt. Gaaf boek, aanrader! En gratis te verkrijgen.

Leren, leren, leren

Maar goed, zo ging het bij mij dus niet. Ik was vooral in de war en wilde meer weten. Ik ben nou eenmaal iemand die graag alles wil begrijpen. Maar waar begin je? In de Bijbel kun je blijven lezen, tegelijkertijd is het ingewikkelde materie en vergeet niet… het is nogal veel!
Ik kreeg hulp. Van wat later een goede vriendin werd. Door een Alpha-cursus te volgen, nog een aanrader voor iedereen, ook als je geen christen bent. Ik ging bidden. Danken en bidden Ook dat moest ik leren. Natuurlijk ken ik het Onze Vader en ook dat kun je vanuit je hart doen en doe ik ook nog steeds. Maar ik bedoel anders bidden. Kom ik zo op terug.

Veranderingen

Gaandeweg begon ik thema’s in mijn leven te herkennen waarmee God aan de slag ging. Geld en rentmeesterschap was een grote. Lazer op, dacht ik vaak geïrriteerd als ik wéér een Bijbeltekst of online preek toegestuurd kreeg over dit thema. Maar ik leerde en luisterde en ging oefenen om op God te vertrouwen. Eigenlijk testte ik God gewoon. En hij toonde mij Zijn zegen. Het is nog steeds soms spannend, maar ik ben nooit meer tekort gekomen. Boosheid was er ook een, wauw, daar heb ik wat uren voor gebeden. Heer, haal dit duistere van mij weg! Bevrijd mij van de boosheid die mij verteert! Het was niet in een dag voorbij, maar inmiddels is er veel woede gewoonweg verdwenen. Opgelost, weg. Wat daarbij geholpen heeft is nederigheid. En nee, dat is niet iets lelijks. Het is ook niet hetzelfde als onderdanigheid. Met nederigheid bedoel ik: wie ben ik, om te oordelen hoe een ander zich moet voelen of gedragen? Wie ben ik om het beter te weten? Ik leerde dus ook loslaten. Het is niet aan mij. Ik hoef het niet te doen of op te lossen.

Een andere lastige was overgave. Ik regelde alles. Wachten tot iets vanzelf goed zou komen of zou gebeuren? Nee, dat kon ik niet. Hup, bellen! Een mailtje sturen of een berichtje! Erachteraan gaan! Oplossen! Overgave betekent loslaten. Erop vertrouwen dat gebeurt wat God allang weet. Erop vertrouwen dat God alleen wil dat het je goed gaat, dat je leven beter wordt. Weten dat je toekomst voorspoedig zal zijn. Dat is soms spannend, want ik kwam erachter dat ik een behoorlijke control freak ben. Was. Hierbij hielp het boek ‘Leven vanuit rust’ dat ik na mijn doop kreeg. Wat een inzichten, wat waardevol!

De afgelopen vijf, zes jaren van mijn leven waren moeilijk. En elke keer dacht ik: dit moet veranderen en dat moet anders en die persoon moet veranderen en dan komt het goed. Maar zo werkt het dus niet. Dankzij God ben ik veranderd. Dat inzicht was wel even schrikken, trouwens. En doordat ik veranderde, veranderen de omstandigheden ook. En gedragen mensen in mijn omgeving zich ook anders. Mijn leven is nog niet wezenlijk veranderd. Ik ben dat wel.

Blije christen

Eerlijk gezegd had ik altijd wel een latente belangstelling voor God, maar ik durfde nooit. Ik durfde de stap niet aan, bang dat ik zou worden zoals … nou ja, vul maar een willekeurige blije christen in met zo’n glimlach die je niet van het gezicht afkrijgt.
De laatste paar weken betrap ik me erop dat ik ook zo’n blije christen word. Na een lange donkere periode, keert veel zich de laatste tijd ten goede. Nog niet alles en ik ben heus nog weleens verdrietig of teleurgesteld. Maar waar ik in het afgelopen jaar een heel kort moment van geluk kon ervaren, merk ik dat deze momenten steeds vaker voorkomen en steeds langer duren. God is liefde en dat voel ik elke dag. Ik betrapte me er vorige week op dat ik na een lange tijd ziek zijn weer zin had in mijn werk en dat ik veel energie heb en me tot in m’n diepste wezen tevreden en blij voel. En dat terwijl nog niet alles is opgelost en ik nog wat bergen moet overwinnen. Mijn vriendinnengroep is behoorlijk gegroeid en waar ik zoveel alleen ben geweest, heb ik nu elke week wel twee of drie afspraken met vriendinnen, die me allemaal zo dierbaar zijn.

Boodschappen

God overspoelt je met boodschappen, maar je moet leren om ze te herkennen. Dat doe ik trouwens nog lang niet altijd. Ik hoor mensen vaak zeggen: God legt op mijn hart dat ik dit of dat moet doen of zeggen. Nou, dat herken ik niet, hoor! Een stem horen? Nog nooit. Maar ineens komt een bepaalde tekst voorbij die je raakt. Of er komt een gedachte in je hoofd waarvan je weet dat het niet de jouwe is. Overigens is dat kippenvel uit de eerste alinea, voor mij een aanraking en boodschap van God die ik na die eerste keer vaker heb ervaren.

Doordat ik een half jaar weinig heb gewerkt wegens ziekte, heb ik tijd gehad om volop in het christen zijn te duiken. Er ontstaat een honger en verlangen naar meer kennis en meer woorden van God, die moeilijk uit te leggen is. Naar de kerk saai? Heerlijk vind ik het. Aanbiddingsmuziek, bij voorkeur Engelstalig, ik draai het elke dag. En langzaam leer ik meer vertrouwen, durf ik meer achterover te leunen in mijn geloof. Hierbij hebben de video’s en boeken van Frontrunners Ministries erg geholpen. Ik heb de gave van tongentaal ontvangen, ik bid en ik dank. Oh ja, daar zou ik nog op terugkomen:

Inmiddels start ik elke dag, terwijl ik nog in bed lig, met God te danken. Dat is zó waardevol! Je realiseert je hoeveel je hebt om dankbaar voor te zijn. Een dak boven je hoofd, een goede nachtrust, dat er beneden ontbijt in de koelkast staat, dat je die dag werk te doen hebt, boodschappen kunt doen, de avond ervoor een leuk telefoongesprek had, een onverwacht gezellig praatje bij de bushalte, bedenk het maar. En bedank! Vervolgens bid ik voor een rijtje mensen en vraag ik Gods zegen voor de dag die voor me ligt en zegen over mijn werk. Voor ik aan het werk ga, neem ik sinds kort ook nog even de tijd om een stukje in de Bijbel te lezen. Wanneer ik al dit een paar dagen niet doe, voel ik me slechter, onrustig, snel afgeleid, eerder boos. Want als je weet dat God bestaat, weet je dat die andere kant ook bestaat. Maar daar kom ik een andere keer nog wel op terug.

Wat ik maar zeggen wil: niemand hoeft mij meewarig aan te kijken. Ik voel me een gezegend mens. En doordat ik van God houd, houd ik nu ook van jou. En van jou. En van jou.

 

 

Cocoonen dankzij corona

Het is vrijdagavond, 13 maart 2020. Ik kijk naar De wereld draait door, een van de laatste uitzendingen, geloof ik. Op de tv is Rob de Nijs. Hij lijdt aan de ziekte van Parkinson en zingt een mooi stemmig liedje. Hij moet geholpen worden om aan de tafel te komen zitten. De studio is leeg, er is geen publiek. Het is de tijd van het coronavirus. Via Skype kijkt het publiek dat in de studio zou zitten, mee. Voor Rob de Nijs was er al muziek van Bruce Springsteen, The River, gezongen door Sting. Ook mooi en stemmig. En in De wereld draait terug zien we een terugblik met een emotioneel moment met denker des vaderlands René Gude die vandaag exact vijf jaar geleden is overleden. Het voelt als een aflevering vol afscheid en het begint me te raken, al luister en kijk ik met een half oog en één oor.

Op LinkedIn, op WhatsApp, op Facebook, in mijn mail, zie ik berichten, updates, adviezen, tips over corona. Zelfs een e-mail van Albert Heijn, die verzoekt om zoveel mogelijk de zelfscanner te gebruiken of de bonuskaart en het geld bij de gewone kassa op het plateautje te leggen, zodat de caissière je hand niet hoeft aan te raken.

Activiteiten die niet doorgaan, misschien wel op een later moment. Langzamerhand begint het te voelen als een tijd, meer dan een moment, van reflectie of bezinning. Een tijd waarin we ons allemaal een beetje terugtrekken. Als slakken in ons huisje. Mijn moeder is 83 jaar en kreeg een maand geleden een nieuwe hartklep. Ik belde haar vanochtend of het goed was dat ik langskwam. Het advies is immers om niet langs te gaan. Dat voelde heel raar en ik vroeg het half als grapje. Maar ja, je weet maar nooit…

Ik had vandaag een afspraak, een leuk netwerkgesprek. We gaven elkaar geen hand want dat doen we nu niet. Ik lees over scholen die gesloten zijn, over mensen die niet op vakantie gaan en hoor dat mijn tante, die in een verzorgingshuis woont, de komende twee weken geen bezoek mag ontvangen. Ik merk dat ik er een beetje triest van word. Ongetwijfeld droeg de muziek op tv daaraan bij.

Toch voelt het, aan de andere kant, als een ontluikend crocusje, ook als iets moois. Nee, we kunnen niet gaan sporten. We kunnen niet gaan dansen. Men heeft het over de grenzen sluiten tussen Duitsland en Nederland. Ik woon in Duitsland en werk in Nederland. Mijn zoon is in Zuid-Amerika. Ik mag toch aannemen dat hij half mei wel weer via Noord-Amerika naar Nederland kan komen.

Het voelt als een stilte. Het wordt ook stil in mij. Precies zoals Van Dik Hout dat bezong. We kijken en luisteren veel naar het nieuws. Sommige mensen gaan hamsteren. Het is een bijzondere tijd. Ik weet niet hoe lang het gaat duren, niemand weet hoe lang het gaat duren. We weten niet of het nog groter zal worden we weten niet of er nog heel veel meer slachtoffers zullen komen, we weten eigenlijk niet zoveel. We weten wel dat we meer thuis zijn. Misschien is dat ook wel even goed of fijn. Nee, niet voor de economie! Zeker niet! Maar voor ons als mensen, is het misschien wel even goed. Ik weet het niet. Zo voelt het.

Op dit moment zit ik alleen op de bank, manlief is aan het werk en ik weet zeker dat hij werkt met meer dan 100 mensen. Kiki de kat ligt naast mij op de bank, ik lig onder een dekentje, ik kijk naar een ouder wordende Rob de Nijs en een stap voor stap afscheid nemende Matthijs van Nieuwkerk in een lege studio. En ik voel dat we een beetje op onszelf zijn aangewezen. Of zo. Ja, het is een bijzondere tijd.

Boeven vangen

Bestel je cappuccino in het buitenland, dan is het een beetje als die ‘box of chocolates’ van Forrest Gump: you never know what you are going to get. Hoewel ik een enorme theeleut ben, momenteel is mijn favoriet weer Earl Grey, maak ik tegenwoordig wel weer eens een zijhupje naar een cappuccino. In mijn tienerjaren rookte ik een pakje sigaretten per dag en dronk ik tegelijkertijd vele koppen zwarte koffie. Toen ik begin twintig was elimineerde ik een voor een alles wat minder gezond voor me was. Roken, koffie, varkensvlees, daarna rundvlees en uiteindelijk ook kip. Dat heb ik een jaar of twintig volgehouden, misschien meer. Tegenwoordig eet ik een paar keer per maand vlees en soms, jawel, ga ik weer eens voor een koffie. Maar dan een cappuccino met suiker en de hele rimram.

In Nederland krijg je vaak een cappuccino met zo’n mooi blaadje of hartje in het schuim. Dat is fraai, maar als enorme zoetekauw heb ik liever de Tunesische variant, al kan die ook nogal flink verschillen. Ooit kreeg ik een glas waarop de laag slagroom bijna net zo hoog was als de laag koffie. En nee, dat zegt niets over de hoeveelheid koffie. De slagroom in Tunesië is een beetje zoeter en steviger (en lekkerder) dan de Nederlandse. Dat betekent dat je er leuke dingen mee kunt doen. In dit speciale geval lagen er bovenop de slagroom twee minireepjes, iets van mini-marsjes of zo, staken er van die koekrolletjes uit en was de slagroom besprenkeld met smarties. Hoppa. Heaven on earth. Where to begin?!

In Spanje, waar ik nu een paar weken ben, is het ‘café con leche’, koffie met melk, alom. Maar daar doe ik het niet voor. Dus ook hier bestelde ik een paar keer een cappuccino. En ook in Spanje is het afwachten wat je krijgt. Met slagroom, zonder slagroom, met slagroom en daarover een caramel- of chocoladesaus of alleen melkschuim. Maar Heidi, moet het niet gaan om de smaak en kwaliteit koffie onder al die zoetigheid? Tssss… ben je mal. Eigenlijk houd ik helemaal niet van schone schijn, maar hiermee kun je boeven vangen, zei mijn moeder altijd wanneer iets heel lekker was. Nou, en mij ook.

Ik zag een vos

Vanaf de rotonde, vlak na de afslag naar het nieuwe Castellar de la Frontera, is het 7,4 kilometer scherpe bochten naar boven, naar het Castillo de Castellar de la Frontera in Andalusië, Zuid-Spanje. Ik pas op een vakantiehuisje en blijf een week of vier, in de hoop weer wat inspiratie en creativiteit die het leven er uitgeslagen heeft, terug te vinden. Er is niet heel bijster veel te doen, maar mensen hadden me al een paar maal geattendeerd op de Mariposa-route, de vlinderroute. Gisteren bezocht ik Ronda en ik wilde niet weer ver rijden, dus het leek een goede dag voor deze wandeling. Hopelijk kon ik dan ook wat afstand nemen van de gezusters ‘onrust’ en ‘zorg’, die onafscheidelijk van mij leken te worden.

De wandelroute begint halverwege die slingerweg. Dit betekent dus eerst via een fors keienpad met risico’s voor je enkels, vanaf mijn huisje, dat bijna bovenaan de berg staat, een flink eind naar beneden. De zon schijnt fel en de wind doet voor de zon qua felheid niet onder. Het is even zoeken naar het startpunt. De mariposa, de grote oranje vlinders zie je hier overal, de hele dag. Ik heb me laten vertellen dat ze hier overwinteren en op de vlinderwandelroute schijn je er heel veel te kunnen zien.

Ik ben alleen, zoals meestal, in deze Spaanse weken. Dat weerhoudt me doorgaans niet om dingen te ondernemen en ook deze wandeling ging ik nieuwsgierig aan, in mijn rugtas een flesje water, een appel en een mueslireep. Geen idee hoe lang de route was, maar hier kon ik even mee vooruit.

Vanaf de eerste meters was het prachtig. De felle zon scheen, maar werd veelal gefilterd door de bomen. De wind hoorde ik hoog boven me door de bomen ruisen, maar ik voelde er beneden niets van. De route bleek een smal bospad, langs een rivier. Een bijna sprookjesachtige omgeving, was het. Regelmatig vlogen er voor mijn voeten vlinders op, die vervolgens voor me uit door de lucht dansten en dartelden. Het riviertje, soms heel smal, soms enkele meters breed, had wat stroomversnellinkjes. Het geluid van de wind boven in de bomen en dat van het stromende water, was het enige dat er was.

Het gevoel, de ervaring, de beleving, het was zo mooi, het is amper over te brengen in woorden. Het pad was redelijk vlak, af en toe moest er wat geklauterd worden. Met mijn gymschoenen, rustig tempo en heel alleen, maakte ik amper geluid. Regelmatig verzonk ik in gedachten over alles wat me zoal bezighoudt in het leven, dat ik vaak moeilijk vind. Kraakjes van takken om me heen, drongen niet echt tot me door. Tot ineens, die beweging…

..een paar meter voor mij stak ineens een vos het pad over. Ik vermoed een jonge, hoewel ik nog nooit eerder een vos heb gezien. Ietwat schuchter leek hij naar me te kijken, terwijl hij (of zij) in een niet al te snel tempo van de rivier wegliep, verder het bos in, rechts van mij. Daar meende ik er nog een te zien staan, een grotere. Er waren door de zon en de dichte begroeiing te veel schaduwen om het goed te zien.

Onder de indruk en ook een beetje beduusd, liep ik verder. Nog geen vijf minuten later nam ik een beweging waar schuin aan de overkant van de rivier, een meter of tien van mij vandaan. Een hert had me gezien voor ik haar (of hem) had gezien en rende met grote sprongen de helling op en het bos in.

Onvoorstelbaar mooi. Terwijl ik het laatste stuk terugliep, dansten de vlinders weer voor me uit.

Deze avond schreef ik drie blogs achter elkaar.

Daar zit je dan, op de berg.

Wanneer je op reis gaat, even weg van alles en iedereen, met als doel tijd voor jezelf, dan kan het zo verrotte lastig zijn, dat je jezelf mee moet nemen. Want al je onrust en je zorgen blijken zich een plekje in de koffer toegeëigend te hebben en willen potdorie niet van je zijde wijken. Da’s toch jammer.

Het blijkt bij nader inzien ook niet gemakkelijk, om rust te vinden, wanneer de basis van het leven onzeker is en de kaders onduidelijk. Ik weet het: wanneer er geen kaders zijn en er is wel behoefte aan, dan maak je ze gewoon zelf. Maar wat als je afhankelijk bent van derden die over een belangrijk deel van jouw leven moeten beslissen en daar maandenlang de tijd voor nemen? Het vergt enige mentale kracht om daar boven te staan, dit levensgrote onderwerp als het ware te parkeren en te focussen op andere dingen die ook belangrijk zijn.

Een tijdje geleden deed zich de mogelijkheid voor om op iemands vakantiewoning te passen. Aangezien dit huisje in Zuid-Spanje staat en ik voor m’n gevoel hard toe was aan rust en afstand, hoefde ik daar niet lang over na te denken. Ik vloog naar Malaga en reed toen nog anderhalf uur naar een piepklein dorpje met een prachtig ‘castillo’ op een berg. Maar de rust bleek ver te zoeken. In beginsel lag dat aan de vrachtlading aan werk die ik had meegenomen.

Alle omzet is welkom, dus toen ik vrij kort voor vertrek een opdracht kreeg voor een heleboel artikelen en advertorials, nam ik deze toch dankbaar aan. Effe tien dagen doorbijten, Heidi, en dan kun je rust nemen en genieten. Dat doorbijten lukte, de deadline halen natuurlijk ook. Dat genieten, dat valt nog niet mee.

Een enorme onrust overviel me, zodra ik ‘niks’ meer te doen had. Zat ik daar, op die berg. Wat nu? Alles wat enigszins interessant was, bleek een end rijden, in mijn huisje geen tv en amper internetbereik. Waar ga ik naartoe, wat ga ik doen? Ik ben bang voor eenzaamheid, maar voel me niet echt eenzaam. Bang voor verveling, ook. Dat schijnt goed te zijn. Nou, we wachten het af.

Ik loop dagelijks de pakweg 500 meter naar boven voor versgebakken stokbrood, download op mijn oude iPad de krant en wat Netflix kerstfilms en stiefel weer naar beneden. In mijn huisje is het vochtig en koud, met de houtkachel kan ik het niet goed vinden en ik sta met mijn telefoon in de lucht in de tuin voor een streepje bereik. Het lijkt verdomme wel een film.

Later op de dag wandel ik nog eens een rondje. Bij een restaurantje twee deuren verder, Venta Carmen, gerund door een chagrijnig wijf die mij buitengewoon overtuigend volkomen negeert, bestel ik een kop thee of een glas wijn en lees wat in de zon. De Carrefour en de Lidl liggen zowat een half uur rijden verderop en zijn in de eerste twee weken het uitje van de week. Stom? Ja, hartstikke stom. Maar het duurde even om te acclimatiseren en uit de werkmodus te komen.

Creativiteit en inspiratie terugkrijgen, dat was het doel van deze reis. Vanochtend dacht ik er serieus over om naar huis te gaan. Dit doel ging ik deze weken niet bereiken met al die strijd in mijn hoofd, de onrust, het gevoel (en het weten) over een belangrijk deel van mijn leven geen controle te hebben. En toen zag ik de vos.

Fuck de waardigheid

In oktober van dit jaar las ik in De Volkskrant de reportage over mensen die tien jaar na het DSB-gebeuren nog diep in de financiële problemen zitten. Een van de gedupeerden zegt hierin dat zijn waardigheid hem ervan weerhoudt om schuldsanering aan te vragen. Begrijp ik dat? Ja en nee. Maar wat doet die arme man zichzelf tekort.

Koppijn van de ontstane ruimte

In 2016 nam ik, weldoordacht en goed onderzocht, mét financiering van een grote bank, een kleine uitgeverij met medewerkers over. Dat bleek al snel geen goed idee, om meerdere redenen. Na een bizarre tijd waarin alles draaide om geld, om salarissen wel of niet te kunnen betalen, om betalingsregelingen met de bank en de belastingdienst, maar ook om gezondheid, klopte ik in april 2018 aan bij de gemeente Nijmegen. Of er iets voor ondernemers bestond, bijstand of zo, want het zag ernaar uit dat ik ook privé binnenkort mijn huur niet meer kon betalen. Ik was aan het einde van mijn latijn en wilde mijn leven terug. In mijn leven had ik nooit met bijstand te maken gehad en wist er dan ook duidelijk niets vanaf. Het is ook niet echt iets waarmee je geassocieerd wilt worden, dus in die zin begrijp ik de dakdekker uit De Volkskrant wel.

Ik werd uitgenodigd bij het Ondernemerspunt van de gemeente Nijmegen en heb daarna drie dagen hoofdpijn gehad. Was het zo erg? Nee, helemaal niet. Het leek geweldig. Heel in het kort kwam het erop neer dat ik de keuze had tussen faillissement, een doorstart of stoppen. Bij stoppen kwam ik in de schuldsanering, zoals dat heet en ging mijn toekomstige inkomen drie jaar naar de gemeente en kreeg ik iets op bijstandsniveau. De gevolgen voor mij persoonlijk bij een faillissement waren min of meer hetzelfde. Bij een doorstart als zzp’er kon de gemeente mij helpen met een bbz-krediet, dat vanzelfsprekend ook terugbetaald moet worden. Er waren dus oplossingen! Ze waren geen van allen makkelijk, maar ze boden wel perspectief. Lichtelijk beduusd en verward liep ik de deur weer uit. Er was toch toekomstperspectief. Daarmee verdween, ietwat voorbarig bleek later, een druk die ik al een paar jaar met me meedroeg. En dat veroorzaakte die flinke koppijn.

Op m’n tandvlees naar groen licht

Ik koos voor de laatste, de doorstart, ook omdat ik op dat moment zelfstandig wilde blijven. Het was nog een best gedoe, vooral omdat ik er op dat moment slecht aan toe was. Ik moest gruwelijk veel formulieren invullen, met de financiële billen bloot, een ondernemingsplan schrijven en door het Instituut voor Midden- en Kleinbedrijf (IMK) werd een onderzoek uitgevoerd naar de succeskans van mijn doorstart. Ik liep op mijn tandvlees. Elke dag was een gevecht om door te komen. Het ene vakblad dat ik nog had verkocht ik, voor de medewerkers vroeg ik ontslagvergunningen aan. Het IMK adviseerde positief en de gemeente gaf groen licht.

In september 2018 ging een schuldhulpverlener, de onvolprezen Gerry Smit, aan de slag. Mijn schuld was akelig groot en daartegenover stond de opbrengst van het ene blad en het bbz-krediet van de gemeente Nijmegen. Vanaf dat moment ging alle financiële post rechtstreeks naar haar. Alle correspondentie met schuldeisers, ik zag er niets meer van. Geloof me, dat is wel een stukje waardigheid waard.

Waardigheid of toekomstperspectief?

Ik had even tijd nodig om te herstellen, maar moest natuurlijk wel snel aan de slag, want ik had een overeenkomst met de gemeente en volgens het IMK kon ik vanaf toen mijn eigen boontjes weer doppen. Dat lukte redelijk. In de tussentijd had ik contact met Gerry en hoorde ik wie er wel en niet of onder een boel gemopper akkoord ging met de regeling die zij voorstelde. Ik heb mensen, waarmee ik fijn heb samengewerkt, boos gemaakt en teleurgesteld. Dat is pijnlijk, maar ik had geen keuze. Ik was mijn leven aan het redden.

In januari 2019 het verlossende bericht: Heidi, het is gelukt. De schuld is weg. Nu ik het zo opschrijf, schieten de tranen me weer in de ogen. In de komende drie jaar betaal ik de gemeente het bbz-krediet terug en er zijn nog wat losse eindjes. Is alles nu opgelost en klaar? Nee, nog niet helemaal. Maar het is te overzien. Het is te verdragen en vooral… er is uitzicht naar beter, naar nog lichter en naar een einde. En daarom denk ik, wanneer ik het verhaal lees van de dakdekker die vanwege zijn waardigheid geen schuldsanering aanvraagt maar soms niets te eten heeft: ‘Kom op man! Fuck de waardigheid! Je kunt misschien geholpen worden, weer dromen over een toekomst, misschien weer eens op vakantie.’ Drie jaar is te overzien, echt waar. Misschien ben je niet slim geweest. Nou èn? Ik ook niet. We zijn mensen en maken fouten. Als er hulpbronnen zijn, grijp ze dan met beide handjes aan. Je hebt maar één leven.

Campagne ‘niet meer bang voor de post’

De gemeente Nijmegen lanceerde onlangs een campagne om mensen ervan bewust te maken dat ze het niet altijd alleen hoeven te doen. Als ervaringsdeskundige mocht ik mijn mening geven over de uitingen. ‘Niet meer bang voor de post’ of ‘Bang zijn dat je ov-card niet genoeg saldo heeft’ zijn een paar van de uitingen die de gemeente heeft bedacht. Bij de lancering heb ik diverse mensen gesproken over geld. En weet je, geld is zo persoonlijk en tegelijkertijd doen we er in Nederland tamelijk geheimzinnig over. Dat mag. Maar geld raakt iedereen.

Ik ben heel blij dat ik de stap heb gezet naar hulp, zonder te weten of die überhaupt bestond. En ik voel me er niks minder waardig door.

Vind je mijn verhaal interessant en wil je dat ik hierover vertel voor bijvoorbeeld startende of andere ondernemers, bel me dan op 06 1890 9601.

Sociaal intranet? Je moet maar durven!

Steeds meer bedrijven en organisaties hebben of willen een sociaal intranet. Een traditioneel of ouderwets intranet, in de vorm van een documentenkerkhof, is er dan vaak al. Een sociaal intranet lijkt dan een goed idee. Nee, dat is flauw. Het ís een goed idee. Maar je moet wel heel goed nadenken over de consequenties en de gevolgen ervan. En vergeet vooral niet heel goed na te denken over het doel van je nieuwe intranet. Waarom wil je dat eigenlijk?

Leukste speeltje van de IC

Wat je met een sociaal intranet al niet kunt doen, ik vind het geweldig. Je kunt door middel van polls de mening van de medewerkers toetsen, een kennisbank inrichten op thema, elkaar vinden op naam, locatie of specialisme, werkgroepen laten samenwerken, nieuws vanuit alle geledingen plaatsen, delen en erop reageren. Je kunt clubjes vormen en vacatures plaatsen. Aanmelden voor bijeenkomsten, inschrijven voor een cursus, het kan allemaal via het sociaal intranet. Is dat niet geweldig?

Nou, dat valt nog te bezien

Terug naar het doel: waarom wil je een intranet? Wil je de dialoog bevorderen, wil je dat op één plaats alle informatie aanwezig is, is het nieuwe intranet de toegangspoort tot SharePoint en het dagelijks werk? Allemaal goede redenen waarvoor een sociaal intranet een oplossing kan zijn.

Maar wat als de gebruikers het geweldig vinden en gaan doen wat je van ze verwacht? Is dat even schrikken! Krijg je ineens een mening op je nieuwsbericht! Want dat kan met een sociaal intranet. Met een sociaal intranet faciliteer je de dialoog. Digitaal weliswaar, maar toch. Als stafmedewerker kun je je afvragen of je erop moet reageren, of je dat doet als persoon of sprekend namens de organisatie. Als er een visie is op interne communicatie, hoe we met elkaar omgaan, dan weet je het antwoord wel. Maar die visie is er vaak niet.

Iedereen hoort erbij?

En voor wie is het nieuwe intranet dan bedoeld? Past het doel van je intranet bij alle functies? Hebben de medewerkers van de huishoudelijke dienst, die geen e-mailadres hebben, ook toegang tot het intranet en zo nee, zou dat misschien wel moeten? Zij horen er toch ook bij? Stagiaires die er tijdelijk zijn, maken zij een profiel aan, kunnen zij overal bij? Kan de OR/MR een eigen plekje krijgen? Zijn er meerdere toegangsniveaus nodig en heeft het programma van de ontwikkelaar die mogelijkheid? Een sociaal intranet is tegenwoordig te vergelijken met Facebook zonder advertenties. De meeste mensen kunnen daar wel mee omgaan. Bovendien, iedereen wil erbij horen, dat is mens eigen. Mag het ook, alsjeblieft?

Leukste speeltje van de IC (2)

Oprecht, ik vind intranet het leukste speeltje binnen het domein van de interne communicatie. Over de ontwikkeling en de gevolgen ervan moet je echter wel heel goed nadenken voordat je laat bouwen. Er moeten ook communicatiemiddelen verdwijnen. Nieuwsbrieven, mededelingen die voorheen via mail gingen, vacatures, uitnodigingen, het kan allemaal via intranet. Je wilt mensen niet overbelasten en vaak is een van de doelstellingen van een intranet het vereenvoudigen van processen. Dan moet het dus niet iets extra’s zijn, maar iets vervangen. En dan beter.

Is hier goed over nagedacht, bij voorkeur met stakeholders en ambassadeurs, dan wordt het tijd om na te denken over de implementatie. Werknemers moeten geïnformeerd, mogelijk geïnstrueerd en in ieder geval geënthousiasmeerd worden. Maar daarover volgt een ander blog.

Ga je bezig met de ontwikkeling van een intranet, dan denk ik graag met je mee. Lees ook over mijn aanpak bij de implementatie van het sociaal intranet bij Optimus Onderwijs. Mijn telefoonnummer is 06 1890 9601.

INBURGEREN VOOR DE LIEFDE? MAAK JE BORST MAAR NAT!

Als je als buitenlander voor de liefde, als een zogenaamde gezinsmigrant, in Nederland wil wonen dan moet je inburgeren. Voordat ik besloot met mijn buitenlandse partner de EU-route te volgen, verdiepte ik mij dan ook in deze inburgeringseisen. En zo ontdekte ik de Facebookgroep Inburgeraars 2013-2020. En ik schrok me een hoedje!

Wie in Nederland komt wonen, als gezinsmigrant of als statushouder, heeft een inburgeringsplicht en die is niet mals. Statushouders en gezinsmigranten worden hierbij over dezelfde kam worden geschoren qua eisen, maar niet qua voorwaarden. John Erkelens richtte in de zomer 2018 de Facebookgroep Inburgeraars 2013-2020 op en komt op voor de belangen van de gezinsmigrant. Ik sprak met hem over zijn motivaties, zijn frustraties en zijn bereikte successen.

John, eerste vraag: waarom deze jaartallen, 2013-2020?

‘Omdat de wet Inburgering (WIB) is ingegaan op 2013 en deze zou doorlopen tot 2020. In 2021 komt er een nieuwe wet. Of dat op tijd lukt, is de vraag. Maar de naam van de Facebookgroep is dus afgeleid van de wet. Ik ben de groep samen gestart met drie anderen die ik ontmoette via andere Facebook-groepen over inburgerings-kwesties. Wij bleken vaak de woordvoerders wanneer mensen vragen stelden.

Je vraagt aandacht voor de positie van inburgeraars en dan specifiek gezinsmigranten. Waarom?

‘Toen de oude wet Inburgering werd geëvalueerd, gingen we zo’n beetje over onze nek. Er werd alleen maar aandacht gegeven aan statushouders en helemaal niet aan gezinsmigranten, terwijl onze positie, motivatie en ons leven anders is. Al onze problemen en vragen werden volledig genegeerd. Op 4 juli 2018 hebben wij daarom de groep Inburgeraars 2013-2020 opgericht.’

Een statushouder is een vluchteling met een verblijfsvergunning. Wanneer ben je een gezinsmigrant?

‘Je bent gezinsmigrant op het moment dat je een verblijfsvergunning hebt gekregen op basis van verblijf bij je partner. Een nareizende partner van een asielmigrant krijgt een verblijfsvergunning op basis van de asielvergunning, niet op basis van de relatie. Nareizende familieleden van asielmigranten zijn dus geen gezinsmigranten binnen de inburgering. Maar als je van binnen de EU of van een verdragsland, zoals Turkije, komt, ben je niet inburgeringsplichtig en val je niet onder migranten in het kader van de inburgeringsplicht.

Dit heeft te maken met Europese afspraken. Er is vrij verkeer van goederen en mensen binnen de EU, dus kunnen er geen inburgeringsverplichtingen opgelegd worden. Ook kennismigranten, arbeidsmigranten en buitenlandse studenten zijn niet-inburgeringsplichtig. Gezinsmigranten zijn dus de mensen, vaak uit zogenaamde derde landen, die een verblijfsvergunning hebben gekregen in het kader van gezinshereniging.’

De groep heeft inmiddels ruim 1900 leden, wat zegt dat jou?

‘Dit aantal had ik niet verwacht. We zijn met 24 mensen begonnen. Na twee maanden waren er 200 volgers. Deze heb ik vorig jaar allemaal persoonlijk benaderd, ik heb hun verhalen over problemen waar ze tegenaan liepen, opgehaald. Met al deze informatie heb ik een zwartboek opgesteld met vragen en problemen rondom de inburgeringsplicht voor gezinsmigranten.’

‘In juli 2018 heb ik een gesprek met minister Koolmees aangevraagd. In oktober kregen we een uitnodiging om met ambtenaren van het ministerie SZW te praten. We hebben daar onze klachten op tafel gelegd en daar werd positief op gereageerd. De vraag kwam of wij wilden deelnemen aan een klankbordgroep in oprichting, zodat wij namens de gezinsmigranten konden spreken. Dit is er nooit van gekomen. Het bleek al snel dat men ja-knikkers nodig had en dat zijn wij zeker niet!’

Waar krijg je, als het gaat over inburgering, als gezinsmigrant allemaal mee te maken?

‘Sowieso moet de buitenlandse partner in het eigen land het inburgeringsexamen halen, waarbij je Nederlands leert op A1-niveau. Nederland is trouwens het enige land ter wereld dat deze eis stelt. Heb je dat gehaald, dan moet je een reeks aan documenten laten legaliseren en vertalen. Vervolgens dient de Nederlandse partner bij de IND een aanvraag in voor toegang en verblijf in Nederland, de MVV TEV. Het duurt tussen twee weken en drie maanden voordat je de uitslag krijgt. Ca. 95% krijgt, als je aan de eisen voldoet dat MVV TEV.’

‘Is de partner eenmaal in Nederland, dan begint het hele ambtelijke apparaat te draaien. Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bepaalt of je wel of niet inburgeringsplichtig bent. Zij krijgen informatie van IND en Basisregistratie Persoonsgegevens van de gemeente. Ongeveer 95% wordt inburgeringsplichtig verklaard. Kun je aantonen dat je al eens een talencursus hebt gevolgd, uit een land komt met een verdrag dat je van verplichtingen vrijwaart of omdat je al een tijdje in een bepaald ander EU-land hebt gewoond met je partner, dan ben je niet inburgeringsplichtig. Moet je wel de inburgeringscursus doen, dan krijg je de verplichting om binnen drie jaar je inburgeringsdiploma te halen. Haal je dat niet, dan krijg je boetes.’

Hoe ziet het opleidingstraject eruit?

‘De opleiding start met een participatieverklaringtraject en met het bijwonen van infobijeenkomsten van de gemeente waarin je uitleg krijgt over normen en waarden in Nederland, hoe je huursubsidie aanvraagt en dergelijke praktische zaken. Verder veel informatie die je al weet wanneer je het inburgeringsexamen in het buitenland hebt gedaan. Hierin zitten namelijk ook honderd KNS-vragen, Kennis van de Nederlandse Samenleving.’

‘Deze twee moet je binnen een jaar hebben afgerond. Heb je dit niet gedaan, volgt er een boete van 340 euro. Ook als je weigert de participatieverklaring te ondertekenen krijg je deze boete. Wij ageren tegen de participatieverklaring omdat deze onzinnig is. Iedereen in Nederland is gelijk en wordt gelijk behandeld, staat er in het traject. Dat is niet zo. Dus je moet een leugen ondertekenen. Bovendien krijg je niet meer de mogelijkheid om een lening bij de DUO af te sluiten en voor eventuele onderdelen die je al hebt behaald, krijg je geen diploma. Oftewel: je moet of je krijgt nooit je diploma. Dit deel van de inburgering is voor statushouders gratis. Gezinsmigranten betalen 150 euro. Naast het participatieverklaringstraject en de bijeenkomsten bij de gemeente waar je woont, starten Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM), luisteren, lezen, schrijven en spreken.’

‘En tot slot ONA, Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt. ONA is verplicht maar onzinnig voor gezinsmigranten. Gezinsmigranten hebben geen werkplicht en ook geen mogelijkheid om een uitkering aan te vragen. De Nederlandse partner moet voldoende inkomen hebben om de buitenlandse partner over te laten komen.’

En als je Nederlandse partner wegvalt?

‘Dan kun je, net als een Nederlander, een herïntegratietraject volgen. Een Nederlandse of Europese niet-werkende partner hoeft zich hierop dus niet voor te bereiden, een buitenlandse partner krijgt dit wel opgelegd. ONA is een wassen neus en voegt inhoudelijk niets toe.’

‘Wie de cursus volgt, moet een wensberoep invullen, uitzoeken welke opleiding daarbij hoort, een cv maken, twee vacatures zoeken en brieven schrijven. Maar 30% van de gezinsmigranten die Nederland binnenkomen, hebben binnen een maand werk. En al deze cursussen zijn niet alleen verplicht, maar ook nog eens tijdens werktijd. Gelukkig is er is nu een ontheffing gekomen voor mensen die werk hebben.’

‘Helaas staat er nu een nieuwe situatie voor de deur. Hierin ben je verplicht om binnen 1,5 jaar de (gratis) module arbeidsparticipatie via de gemeente te volgen. De gemeenten mogen vervolgens zelf hun inhoud en programma bepalen. Het kan zijn dat je bij de ene gemeente slechts zes uur hoeft te komen en bij de ander zes dagen, dat weet je niet.’

Hoe zit het met de kosten voor dit alles en wie betaalt dit?

‘Het hele pakket bij elkaar kost ongeveer 9000 euro. Daar kun je een lening bij DUO voor afsluiten. Een statushouder krijgt, als hij z’n diploma binnen drie jaar haalt, deze lening kwijtgescholden. Een gezinsmigrant moet het volle pond terugbetalen.’

En als je het niet haalt?

‘Iemand die 600 uur naar school is gegaan en 4 examenpogingen heeft gedaan, kan ontheffing aanvragen. Een derde van de statushouders heeft een ontheffing en hoeft de lening ook niet terug te betalen. Een gezinsmigrant echter krijgt ook ontheffing, naar draagkracht, maar moet wel het volle pond terugbetalen. Ik ken mensen van rond de 60 jaar die dat niet lukt en die verplicht worden om de scholing te volgen met een klein pensioen. Zij zitten onder bijstandsniveau en kunnen hun schulden nooit terugbetalen. Mensen hebben vaak al veel geld geïnvesteerd om hun partner of kinderen naar Nederland te halen en worden nu verplicht nog meer schuld te maken.’

Wat is je grootste frustratie?

‘Dat wij onnodig geld weggooien. Mensen worden onnodig belemmerd in hun functioneren en meedraaien in de Nederlandse samenleving! En het frustreert me ook dat de inhoud van de scholing heel slecht is, het is meer een soort bezigheidstherapie. Mijn vrouw ging bijvoorbeeld naar school en werd getest om haar niveau te bepalen. Volgens de school moet ze op 0 beginnen en dat terwijl ze al A1 behaald had met het inburgeringsexamen in Indonesië. Ze kwam in een groep terecht met veel Syriërs en Eritreeërs en een paar gezinsmigranten. Een aantal sprak nog geen Nederlands, zij spraken de hele les Arabisch met elkaar. Er was geen toezicht.’

‘In de praktijk wordt er heel veel aandacht gegeven aan de meest zwakkeren in de groep. Je kunt niet door op je eigen niveau, omdat de groep nog niet zo ver is. Mijn vrouw bleef zo negen maanden hangen terwijl ze het boek na drie maanden uit had. Ze werd een soort onderwijsassistent en hielp de anderen, maar wij moesten wel voor die negen maanden betalen. Dit soort verhalen hebben meer mensen. Het is een duur, tijdrovend en slecht traject. Het sluit totaal niet aan bij individuele behoeftes.’

Wat wil je allemaal bereiken?

‘Er moet een aangepast pakket voor gezinsmigranten komen: Het participatieverklaringstraject en ONA zijn voor gezinsmigranten niet noodzakelijk. A1 hebben ze al gedaan, daarin zitten al kennisvragen over de Nederlandse samenleving. Weet je, iemand die A1 heeft gehaald, heeft zich al voorbereid op de komst naar Nederland. De partner is vaak in Nederland geboren en heeft al een sociale omgeving. Dat is allemaal heel anders dan een statushouder die in Nederland nog niets heeft.’

‘Gezinsmigranten moeten hun eigen inburgering of hun werk stilleggen omdat ze daar naartoe moeten, terwijl het niets toevoegt! Ook ONA is niet van toepassing voor gezinsmigranten. Mocht het zo zijn dat door omstandigheden de Nederlandse partner wegvalt, kan de migrant via de normale weg een her-integratietraject doen, zoals iedere Nederlander dat ook kan. Verder willen we dat het pakket betaalbaar wordt en dat alle dwang en boetes eraf gaan.’

Wat heb je al bereikt, in het afgelopen jaar?

‘In ieder geval wordt er nu gesproken over de groep gezinsmigranten. Als groep werden wij onbesproken gelaten, nu worden we specifiek vermeld. Links en rechts zijn er wat politieke vertegenwoordigers die hun sympathie richting ons hebben getoond door het stellen van vragen binnen de commissie Inburgering & Immigratie. En wat we al heel duidelijk onder de aandacht hebben gebracht, zijn alle problemen waar gezinsmigranten tegenaan lopen. Die werden voorheen onder het tapijt geveegd, maar het onderwerp komt steeds vaker op de agenda te staan.

Hoe lang ga je nog door, wat heb je jezelf ten doel gesteld?

‘Toen wij naar Nederland kwamen, hadden we ongeveer 2000 euro zelf gereserveerd voor een inburgeringscursus. We zouden hier blijven tot ik 67 ben en dan samen naar Indonesië, het land van mijn vrouw, gaan. Dit plan vervroegen we nu zeven jaar. We verhuizen nu over een jaar. Het inburgeringsbeleid is zo frustrerend! Onze vervroegde emigratie is een rechtstreeks gevolg van het inburgeringsbeleid.’

‘Ik krijg boetes en dwang naar mijn hoofd terwijl mijn vrouw geen mogelijkheden heeft om verder te komen. Ik verdom het om nog een dubbeltje uit te geven aan een dure cursus. Ik blijf doorvechten tot die nieuwe wet er komt maar als de er is zit ik waarschijnlijk in Indonesië en dan draag ik het stokje over. Maar ik zal dit zeker blijven ondersteunen tot aan mijn dood.’

Wat heeft je zo boos gemaakt?

‘Op het moment dat wij klachten hadden, ging DUO daar zo verschrikkelijk star mee om. “Dit is de wet en daar moeten wij het mee doen en u ook.“ Als gezinsmigranten worden we onnodig op hoge kosten gejaagd. Na vijf, zes jaar is 25% van alle inburgeringsplichtigen nog steeds niet in het bezit van een inburgeringsdiploma, volgens de cijfers van DUO, ondanks boetes en dwingende maatregelen. Van gezinsmigranten is na vijf jaar 16,1 % nog niet geslaagd. Dan moeten ze zich toch eens achter de oren gaan krabben.

Wat wil je er nog over kwijt?

‘Ik vraag me af wat de bedoeling is van dit beleid. 125.000 mensen hebben dit inburgeringsbeleid opgelegd gekregen. Terwijl er ongeveer 2 miljoen EU-migranten en migranten uit verdragslanden zijn die hier niets aan hoeven te doen. Voor asielmigranten begrijp ik het wel enigszins, maar voor gezinsmigranten niet. Het is geen overlastgevende groep, het zijn geen probleemzoekers. Dus… waarom? Ik zie het als een extra drempel die ingebouwd wordt om gezinsmigranten te ontmoedigen naar Nederland te komen. En volgens mij is dat in strijd met de EU-richtlijnen voor gezinshereniging.’

Er verscheen eerder een interview met John Erkelens in De Volkskrant.

— Dit artikel is eerder verschenen op www.dewereldwijven.com —

Dan maar de EU-route

Emigreren binnen Europa voor een verblijfsvergunning

In de afgelopen jaren ben ik in aanraking gekomen met het immigratiebeleid. Dat is geen pretje en geloof me, dit is een understatement. Omdat het voor velen onwijs moeilijk is om hun buitenlandse niet-Europese partner naar Nederland te krijgen, kiezen honderden mensen voor de best ingrijpende EU-route. Ik ben een van die mensen en wil hier graag wat meer over vertellen.

Het immigratiebeleid van Nederland, uitgevoerd door de ambtenaren van de IND, veroorzaakt ontzettend veel verdriet, frustratie, onzekerheid, kosten, eenzaamheid en pijn. Ik kan het weten, want dit is de reden dat ik onlangs naar Duitsland ben geëmigreerd. Vele Europeanen kiezen voor de zogenaamde EU-route om op die manier samen te kunnen zijn met je niet-Europese partner.

Gezinsmigranten versus vluchtelingen

Ongeveer een derde van de migranten die naar Nederland willen komen, is gezinsmigrant. Dat wil zeggen dat je partner, ouder of kind in Nederland bij je wil wonen. Dan hebben we het over tienduizenden mensen. Maar die mogen hier niet zomaar komen wonen. Of je getrouwd bent, kinderen hebt, dat maakt allemaal niet uit. Je moet aan de vinkjes voldoen. En wanneer je aan de vinkjes voldoet, dan volgt het inburgeringsbeleid wat compleet van de zotte is en mensen in ernstige financiële en relationele problemen brengt. Maar ik dwaal af, want ik wil iets vertellen over de EU-route.

Hoe het begon

Hamdi komt uit Tunesië. Wij ontmoetten elkaar in Nederland en werden vet verliefd. Oeps. Hij woonde toen in een AZC en vroeg om een verblijfsvergunning. Omdat Tunesië is aangemerkt als veilig land, kreeg hij dat niet. Dat was te verwachten want er werden hele gezinnen in het AZC van hun bed gelicht die terug moesten naar bijvoorbeeld Irak. Dus Tunesië dat naar buiten toe de schijn leuk ophoudt, dat moet veilig zijn. Toch?

De koninklijke route

Toen hij was uitgeprocedeerd was hij dus illegaal in Nederland. Dat maakt het leven wel erg ingewikkeld en op basis van de relatie in Nederland blijven, dat mag niet. Dus samen besloten dat hij toch naar Tunesië zou gaan en dat we de koninklijke weg zouden nemen. Dit betekent: terug naar land van herkomst, daar het inburgeringsexamen doen. Vervolgens kan ik een aanvraag indienen bij IND om mijn partner naar Nederland te laten komen. Het examen werd behaald, maar IND zei nee.

Een advocaat adviseerde mij om de EU-route te doen. Zoals ze zei: “je kunt bezwaar aantekenen, maar voordat je daar na alle uitstel antwoord op hebt, kun je al hoog en breed weer terug zijn in Nederland. Velen doen het, met succes.”

Verhuizen naar Duitsland is ook emigreren

Dit houdt de EU-route in: de Nederlandse immigratie wet is streng. Onmenselijk streng, vind ik. In veel andere Europese landen ook. Wanneer een burger uit een EU-land verhuist naar een ander EU-land, welk land maakt niet uit, dan valt deze persoon onder de EU-wetgeving en niet onder de nationale wetgeving van het eigen of nieuwe land. De EU-wetgeving is vele malen milder. Daarom verhuizen veel Nederlanders, al dan niet tijdelijk, naar België of Duitsland. Andersom gebeurt ook.

Op basis van onze relatie kan Hamdi een inreisvisum aanvragen en wanneer hij aangekomen is, kan hij een 5-jarenkaart aanvragen. Je moet alleen wel even je huis en godweetwatnogmeer achterlaten en emigreren.

Wanneer de 5-jarenkaart er is, kunnen we vrij eenvoudig toch samen naar Nederland. Wetgeving. Hoe krom is dat? IND doet natuurlijk onderzoek of je de boel niet besodemietert, dus je moet zelfs je supermarkt- en tankbonnetjes bewaren. Een huurcontract alleen is niet genoeg. Afijn, ik woonde in Nederland vrij dicht bij de Duitse grens, dus na 1,5 jaar gescheiden wonen en zeven of acht vluchten naar Tunesië, besloot ik niet nog langer op IND te wachten en een woning in Duitsland te zoeken. Sinds een paar maanden woon ik in Duitsland.

Gedoe gedoe gedoe

Ik ben in de gemeente ingeschreven, heb een Haftpflichtversicherung (WA-verzekering), ben in Nederland én Duitsland tegen ziektekosten verzekerd en heb een fijn appartement gevonden. Nu is het afwachten hoe snel de Duitse ambassade in Tunis reageert. Wettelijk moet gratis en binnen vier weken het inreisvisum verstrekt worden.*

Als je het zo leest, klinkt het allemaal vrij eenvoudig. Maar dat is het niet. Mijn huurwoning ben ik kwijt en krijg ik niet meer terug want ‘alle banden met Nederland’ moeten verbroken zijn. Mijn zoon die de helft van de week bij mij woonde, doet dat nu niet meer omdat hij het te ver vindt. Begrijpelijk, maar pijnlijk.

Verhuizen is voor mij echt een enorme opgaaf en mijn partner zit zich in Tunesië te verbijten omdat hij vindt dat hij mij moet helpen. Maar ja, dat kan dus niet. Nu heb ik een belastingnummer in Nederland en in Duitsland. Mijn auto rijdt nog op Nederlands kenteken maar volgens mij ben ik verplicht dat om te zetten. Ik heb nog geen huis- en tandarts en dat schijnt ook niet mee te vallen. Je ziet, er zijn nog wat dingen uit te zoeken.

De IND

De mensen van IND kleuren niet buiten de lijntjes en dat zullen ze ook niet mogen. De reden van onze afwijzing was financieel. Ik ben sinds 2011 succesvol zp’er met een goed inkomen, dat kon ik ook aantonen. Helaas nam ik in 2016 een ander bedrijf over, waarmee ik financieel in een vrije val kwam. In de loop van 2018 is dit allemaal opgelost en verdien ik als zp’er weer een prima inkomen. Bewijsmiddelen, een verklaring van de gemeente en van het IMK waarin vertrouwen werd uitgesproken in de toekomst van mijn bedrijf zijn allemaal meegestuurd. Maar IND kijkt naar de laatste 18 maanden en niet naar het persoonlijke verhaal. Dus wat moet je dan? En nu zit ik in Duitsland. Al schrijvende krommen mijn tenen zich weer. Verbittering ligt op de loer.

Terug naar Nederland?

Vooralsnog hebben wij geen plannen om naar Nederland terug te gaan. Dus IND / Nederland kan gerust zijn. We zien wel. Als het al lukt om samen hier te zijn, dan hebben we tijd nodig om bij te komen van alle narigheid die niet in dit artikel past. Bovendien is mijn eerste indruk van Duitsland heel positief. Ik denk dat wij hier wel kunnen aarden. Eerst maar eens zien dat het écht gaat lukken om samen in hetzelfde Europese land te zijn. In ieder geval weet ik nu ook wat emigreren is en moeten we beiden op zoek naar de mores van onze nieuwe Heimat.

We proberen nu al enkele jaren om samen een leven op te bouwen. Hopelijk lukt dat binnenkort!

Met spanning en angst kijken we uit naar de reactie van de Duitse ambassade. Dat zij positief moeten reageren, zegt niet alles. Niet elke ambtenaar kent de wet. We wachten (weer) af!

Lotgenoten

En als je denkt dat mijn verhaal bijzonder is? Kijk dan maar eens op www.buitenlandsepartner.nl. Er is veel verdriet en wanhoop vanwege het Nederlandse immigratiebeleid.

*De aanvraag is op 11 juli ingediend en tot op heden, 31 augustus, is er nog geen visum of antwoord. Ik heb Solvit ingeschakeld en verder leveren we braaf aan wat voor het inreisvisum wordt gevraagd maar niet gevraagd mag worden. En wachten we.

— Dit artikel is eerder verschenen op www.dewereldwijven.com —