Dan maar de EU-route

Emigreren binnen Europa voor een verblijfsvergunning

In de afgelopen jaren ben ik in aanraking gekomen met het immigratiebeleid. Dat is geen pretje en geloof me, dit is een understatement. Omdat het voor velen onwijs moeilijk is om hun buitenlandse niet-Europese partner naar Nederland te krijgen, kiezen honderden mensen voor de best ingrijpende EU-route. Ik ben een van die mensen en wil hier graag wat meer over vertellen.

Het immigratiebeleid van Nederland, uitgevoerd door de ambtenaren van de IND, veroorzaakt ontzettend veel verdriet, frustratie, onzekerheid, kosten, eenzaamheid en pijn. Ik kan het weten, want dit is de reden dat ik onlangs naar Duitsland ben geëmigreerd. Vele Europeanen kiezen voor de zogenaamde EU-route om op die manier samen te kunnen zijn met je niet-Europese partner.

Gezinsmigranten versus vluchtelingen

Ongeveer een derde van de migranten die naar Nederland willen komen, is gezinsmigrant. Dat wil zeggen dat je partner, ouder of kind in Nederland bij je wil wonen. Dan hebben we het over tienduizenden mensen. Maar die mogen hier niet zomaar komen wonen. Of je getrouwd bent, kinderen hebt, dat maakt allemaal niet uit. Je moet aan de vinkjes voldoen. En wanneer je aan de vinkjes voldoet, dan volgt het inburgeringsbeleid wat compleet van de zotte is en mensen in ernstige financiële en relationele problemen brengt. Maar ik dwaal af, want ik wil iets vertellen over de EU-route.

Hoe het begon

Hij kwam uit Tunesië. Wij ontmoetten elkaar in Nederland en werden vet verliefd. Oeps. Hij woonde toen in een AZC en vroeg om een verblijfsvergunning. Omdat Tunesië is aangemerkt als veilig land, kreeg hij dat niet. Dat was te verwachten want er werden hele gezinnen in het AZC van hun bed gelicht die terug moesten naar bijvoorbeeld Irak. Dus Tunesië dat naar buiten toe de schijn leuk ophoudt, dat moet veilig zijn. Toch?

De koninklijke route

Toen hij was uitgeprocedeerd was hij dus illegaal in Nederland. Dat maakt het leven wel erg ingewikkeld en op basis van de relatie in Nederland blijven, dat mag niet. Dus samen besloten dat hij toch naar Tunesië zou gaan en dat we de koninklijke weg zouden nemen. Dit betekent: terug naar land van herkomst, daar het inburgeringsexamen doen. Vervolgens kan ik een aanvraag indienen bij IND om mijn partner naar Nederland te laten komen. Het examen werd behaald, maar IND zei nee.

Een advocaat adviseerde mij om de EU-route te doen. Zoals ze zei: “je kunt bezwaar aantekenen, maar voordat je daar na alle uitstel antwoord op hebt, kun je al hoog en breed weer terug zijn in Nederland. Velen doen het, met succes.”

Verhuizen naar Duitsland is ook emigreren

Dit houdt de EU-route in: de Nederlandse immigratie wet is streng. Onmenselijk streng, vind ik. In veel andere Europese landen ook. Wanneer een burger uit een EU-land verhuist naar een ander EU-land, welk land maakt niet uit, dan valt deze persoon onder de EU-wetgeving en niet onder de nationale wetgeving van het eigen of nieuwe land. De EU-wetgeving is vele malen milder. Daarom verhuizen veel Nederlanders, al dan niet tijdelijk, naar België of Duitsland. Andersom gebeurt ook.

Op basis van de relatie kan de partner een inreisvisum aanvragen en wanneer hij/zij aangekomen is, kan hij/zij een 5-jarenkaart aanvragen. Je moet alleen wel even je huis en godweetwatnogmeer achterlaten en emigreren.

Wanneer de 5-jarenkaart er is, kunnen we vrij eenvoudig toch samen naar Nederland. Wetgeving. Hoe krom is dat? IND doet natuurlijk onderzoek of je de boel niet besodemietert, dus je moet zelfs je supermarkt- en tankbonnetjes bewaren. Een huurcontract alleen is niet genoeg. Afijn, ik woonde in Nederland vrij dicht bij de Duitse grens, dus na 1,5 jaar gescheiden wonen en zeven of acht vluchten naar Tunesië, besloot ik niet nog langer op IND te wachten en een woning in Duitsland te zoeken. Sinds een paar maanden woon ik in Duitsland.

Gedoe gedoe gedoe

Ik ben in de gemeente ingeschreven, heb een Haftpflichtversicherung (WA-verzekering), ben in Nederland én Duitsland tegen ziektekosten verzekerd en heb een fijn appartement gevonden. Nu is het afwachten hoe snel de Duitse ambassade in Tunis reageert. Wettelijk moet gratis en binnen vier weken het inreisvisum verstrekt worden.*

Als je het zo leest, klinkt het allemaal vrij eenvoudig. Maar dat is het niet. Mijn huurwoning ben ik kwijt en krijg ik niet meer terug want ‘alle banden met Nederland’ moeten verbroken zijn. Mijn zoon die de helft van de week bij mij woonde, doet dat nu niet meer omdat hij het te ver vindt. Begrijpelijk, maar pijnlijk.

Verhuizen is voor mij echt een enorme opgaaf en mijn partner zit zich in Tunesië te verbijten omdat hij vindt dat hij mij moet helpen. Maar ja, dat kan dus niet. Nu heb ik een belastingnummer in Nederland en in Duitsland. Mijn auto rijdt nog op Nederlands kenteken maar volgens mij ben ik verplicht dat om te zetten. Ik heb nog geen huis- en tandarts en dat schijnt ook niet mee te vallen. Je ziet, er zijn nog wat dingen uit te zoeken.

De IND

De mensen van IND kleuren niet buiten de lijntjes en dat zullen ze ook niet mogen. De reden van onze afwijzing was financieel. Ik ben sinds 2011 succesvol zp’er met een goed inkomen, dat kon ik ook aantonen. Helaas nam ik in 2016 een ander bedrijf over, waarmee ik financieel in een vrije val kwam. In de loop van 2018 is dit allemaal opgelost en verdien ik als zp’er weer een prima inkomen. Bewijsmiddelen, een verklaring van de gemeente en van het IMK waarin vertrouwen werd uitgesproken in de toekomst van mijn bedrijf zijn allemaal meegestuurd. Maar IND kijkt naar de laatste 18 maanden en niet naar het persoonlijke verhaal. Dus wat moet je dan? En nu zit ik in Duitsland. Al schrijvende krommen mijn tenen zich weer. Verbittering ligt op de loer.

Terug naar Nederland?

Vooralsnog hebben wij geen plannen om naar Nederland terug te gaan. Dus IND / Nederland kan gerust zijn. We zien wel. Als het al lukt om samen hier te zijn, dan hebben we tijd nodig om bij te komen van alle narigheid die niet in dit artikel past. Bovendien is mijn eerste indruk van Duitsland heel positief. Ik denk dat wij hier wel kunnen aarden. Eerst maar eens zien dat het écht gaat lukken om samen in hetzelfde Europese land te zijn. In ieder geval weet ik nu ook wat emigreren is en moeten we beiden op zoek naar de mores van onze nieuwe Heimat.

We proberen nu al enkele jaren om samen een leven op te bouwen. Hopelijk lukt dat binnenkort!

Met spanning en angst kijken we uit naar de reactie van de Duitse ambassade. Dat zij positief moeten reageren, zegt niet alles. Niet elke ambtenaar kent de wet. We wachten (weer) af!

Lotgenoten

En als je denkt dat mijn verhaal bijzonder is? Kijk dan maar eens op www.buitenlandsepartner.nl. Er is veel verdriet en wanhoop vanwege het Nederlandse immigratiebeleid.

*De aanvraag is op 11 juli ingediend en tot op heden, 31 augustus, is er nog geen visum of antwoord. Ik heb Solvit ingeschakeld en verder leveren we braaf aan wat voor het inreisvisum wordt gevraagd maar niet gevraagd mag worden. En wachten we.

— Dit artikel is eerder verschenen op www.dewereldwijven.com —

Taal = ook imago

Taal = ook imago

Toen ik vanochtend wakker werd en een enorme weerstand voelde om het juiste been uit het bed te gooien, lag ik nog een beetje te sudderen over het leven en over mijn vak. Mijn werk draait volledig om taal. Natuurlijk komt er beeld en geluid bij kijken, maar mijn bijdrage bestaat uit het talige deel van het totaalproduct.

Hoe je taal gebruikt, welke woorden, hoe je het uitspreekt, je dialect of accent, zegt iets over jou. Of je dat nu wilt of niet. Zoals ook je kapsel iets over je zegt, je auto en het soort kleding dat je draagt. Zo vinden velen het taalgebruik van Thierry Baudet gebakken lucht en hemzelf een opgeblazen kikker. Ook werd Femke Halsema in haar GroenLinks-tijd vaak een bekakte manier van praten met een aardappel in de keel verweten.

Anderen vinden deze twee voorbeelden, beiden toevallig uit de politiek, juist welbespraakt, intelligent, geschoold en stijlvol.

Want hoe we de ander beoordelen op taal, zegt ook iets over onszelf. Een Hagenees vindt de uitspraak ‘Wa ken mêh dat nâh a me hol klonterûh?’ (wat kan mij dat nou schelen?) wellicht heel gewoon, terwijl een Hagenaar zich er misschien van distantieert. Anderen, van buiten Den Haag vinden we grappig.

Herman Finkers vinden we leuk, maar mogelijk nóg leuker door zijn Twentse accent. Idem dito voor Harrie Jekkers (Haags), Najib Amhali of Ali B. Het taalgebruik en dialect helpt bij het creëren en instandhouden van hun imago.

Mijn lief komt uit het buitenland en ik ben zijn taal niet machtig. Had ik de taal wel gekend, écht gekend, zoals ik het Nederlands ken (en kan), had ik herkend uit welke regio hij komt en welke achtergrond hij heeft. Doordat ik dat nu niet wist, ik wist zelfs bijna niets van het land of de cultuur, was ik redelijk onbevooroordeeld en kwam ik er achter hoeveel humor hij heeft en hoe slim hij is.

Voor elk zaadje het juiste gaatje

Met taal kun je dus sturen. Hoe je overkomt, hoe je bedrijf overkomt. Onlangs schreef ik een advertorial voor een bedrijf dat een inzaaimachine had ontwikkeld. Daarboven schreef ik de kop die ook boven deze alinea staat. Daarna de rest van de tekst, wat trouwens een stuk minder leuk was om te doen. Het bedrijf ging akkoord met deze titel. Dat vind ik dan onwijs stoer en tof. Want het is ondeugend, cheeky. Het is mijn kop, maar het straalt op hen af.

Cultuur in 1 alinea

Voor een Twents bedrijf schreef ik een webpagina over de productieafdeling. De tekst was bedoeld voor een werkenbij-website. Ook de cultuur moest aan bod komen. Terwijl ik de productieleider aan de telefoon had, werden we onderbroken omdat een nieuwe medewerker de weg kwijt was. Ik heb dit gebruikt in mijn eerste alinea:

‘Zo nu en dan raakt een nieuwe medewerker de weg kwijt in onze productie. Dat begrijpen wij best. Onze werkvloer is namelijk 40.000 m2 groot en daarop staan een stuk of twaalf productielijnen. Dat is veel en dat is groot. Maar de sfeer hier is Twents en gemoedelijk. Dus helpen we je graag op weg.’

Zo lees je als potentiele procesoperator in de eerste alinea al een aantal dingen die bepalen of je verder leest of niet. Door deze situatie te benoemen, zeg je niet alleen iets over de cultuur, maar laat je het ook zien.

Echt, met taal spelen is zó leuk. En nog leuker wanneer je opdrachtgever lef heeft!

Er is niets beters… dan een Peters!

Ik zit op het terras van een Turkse horecagelegenheid in Kleve, Duitsland. De weinige andere gasten lijken mij, voor zover ik het kan beoordelen, Turks. Op het Duitse terras ernaast is het aanzienlijk drukker, met in de stoelen wittere neuzen en grotere buiken.

Sinds ik een paar weken geleden naar Duitsland ben geëmigreerd zit ik hier vaker. Je krijgt er een enorm grote en evenzo lekkere kop kamillethee met een heerlijk vers koekje uit de Turkse bakkerij voor slechts een euro vijftig. Tja, ik blijf toch Nederlands.

Een paar dagen ervoor zat ik er ook, toen er een Turks-Nederlands gezin voorbij wandelde. ‘Kijk, ze hebben hier allemaal Turkse hapjes en koekjes!’, riep een van de meiden uit. Stoelen werden bij tafeltjes geschoven en het lekkers werd besteld. Het bekende trekt aan.

Een paar weken terug in de tijd: ik leverde de sleutel van mijn huurwoning in. Terwijl de woonconsulent het huis controleerde op schone ramen en een gedweilde vloer, wandelden een stagiaire en een monteur binnen. ‘Ah, mevrouw Peters’, zei de monteur enthousiast. ‘Eh…, kennen wij elkaar?’, vroeg ik mij hardop af. Nee, wij kenden elkaar niet. Wat bleek? De beste man heette ook Peters en daardoor had hij mijn naam onthouden. Alleen dat is kennelijk voldoende voor een amicaal gesprek over ‘van wie hij er een was en of ik er daar ook een van was’.

Ik was daar niet van.

Bij een van mijn opdrachtgevers had ik veel te maken met de ict’er. Het was een project rondom de implementatie en introductie van het nieuwe sociale intranet en gaandeweg werd ik ook bij de implementatie van office365 betrokken. Dan is contact met de ict’er onvermijdelijk. Maar dat gaf niet, want zijn naam was ook Peters en dat brak het ijs vanaf het eerste contact.

Veel mensen slaan aan op wat bekend is. Of ze er nu bewust naar op zoek zijn, zoals naar de Hollande friettenten in Zuid-Europa, of niet. Mensen clusteren, verzamelen, groeperen, klonteren en vormen een kluit. Allemaal prima, allemaal logisch. Wat alleen zo jammer is, is dat wat niet bekend is daardoor niet in beeld komt en grotendeels onbekend blijft.

Dat geldt niet alleen voor mensen van andere culturen. Het barst van de subculturen zoals sociale lagen door onderscheid op het gebied van onderwijs of geld of simpelweg verschillende sporten. Bij het woord waterpolo vorm jij je een beeld van de sporter. Bij schoonzwemmen doe je dat ook en je beeld verandert. Clubjes, we zijn er gek op. Want we willen allemaal ergens bij horen.

Ik werkte eens ergens waar de organisatie bestond uit twee teams. Afgescheiden door thema en ruimte. Na een verhuizing zaten ze in één ruimte en het enige wat nog scheidde waren ongeveer vijf stappen. Maar het bleef van ‘wij’ en ‘hullie’.

Verschillen, al dan niet ingebeeld, en overeenkomsten worden alleen gevonden als je de moeite neemt elkaar te beGRIJPen. Met een betere samenwerking tot gevolg. Daar wil ik graag bij helpen. En zoals de ict’er al tegen mij zei bij het afscheid: er is niets beters…. dan een Peters. 😉

Ik ben toch verdomme geen vinkje?!

Het lukt niet. Met geen mogelijkheid. 49 jaar levenservaring, nou zeg maar gerust het dubbele, gezien sommige ervaringen, acht jaar ondernemerservaring en zo’n 15 jaar ervaring als communicatieadviseur. Maar het lukt niet. Met geen mogelijkheid. Want ik heb geen 25 punten.

Het klimaat is goed, zegt men. Er zijn veel opdrachten. Ja, dat klopt. Er zijn hartstikke veel opdrachten. Elke maandagochtend krijg ik een mail van Yacht en Babbage, bijna dagelijks een appje van Only Human en dan heb je nog Originals, SMS Intermediair en nog vele andere intermediairs. Er zijn namelijk heel veel opdrachten bij de overheid. Leuke opdrachten ook. Vaak in het westen van het land en voor mij onrealistisch qua reisafstand. Maar binnen de kring Arnhem – Apeldoorn – Utrecht – Eindhoven – Den Bosch – Nijmegen komen er best leuke dingen voorbij.

Nu heb ik niet per se de behoefte om voor de overheid te werken. Maar ik heb wel per se de behoefte aan werk. Wanneer ik opdrachten zie waarvan ik denk dat ze bij mij passen, dan reageer ik. Bijna ongeacht de werkgever. Ik vind interne communicatie namelijk altijd boeiend, want het gaat om mensen, waar ze ook werken. Ik reageer, hoewel ik van tevoren weet dat het zinloos is. Want ik heb geen 25 punten.

Hoe zit dat nou met die punten?

Nou, kijk. De werving vanuit de overheid gaat middels aanbestedingen. Een aantal bureaus is geselecteerd om mensen te werven. De nieuwe collega moet voldoen aan een aantal eisen op het gebied van kennis en ervaring en daar staan punten voor. Bijvoorbeeld: ervaring met Hippo: 10 punten. Ervaring met verandercommunicatie: 15 punten. Ervaring bij de overheid: 25 punten.

Elk bureau mag doorgaans één kandidaat voordragen. Wat wil je dan als bureau: dat jouw kandidaat de opdracht krijgt. Want: kassa! Met als gevolg dat als je geen ervaring hebt bij de overheid, dat het via bureaus godsonmogelijk is om ertussen te komen. En soms is dat zo spijtig. Voor een goede kandidaat (zoals ik), maar ook voor de organisatie zelf.

Voorbeeld: heel recent was er een opdracht van slechts enkele weken voor een webredacteur voor de website naarnederland.nl. De site werd vernieuwd, teksten moesten geschreven en herschreven worden. Niet alleen heb ik daar veel ervaring mee, ook ken ik de website. Ik ben namelijk door mijn privéomstandigheden de doelgroep. Dan heb je dus in één persoon: kennis, kunde, ervaring en betrokkenheid. Maar ik mis de 25 punten.

Een frisse blik??

Volgens mij is binnen het communicatievak een frisse blik heel belangrijk. Zodra je denkt te weten wat de doelgroep wilt, moet je eigenlijk iets anders gaan doen. Een nieuwe medewerker met HBO- of WO-niveau maakt zich de materie snel eigen. Een nieuw CMS-systeem heb je met een uurtje, doe ‘ns gek, twee uurtjes, onder de knie. Is deze investering echt te groot om een frisse blik binnen te halen?

Wij zijn communicatieadviseurs, woordvoerders, redacteuren en allemaal mensen met eigen kwaliteiten. Maar we verworden tot vinkjes op de bureaus van de recruiters, want er wordt om vinkjes gevraagd. En niet om kwaliteit.

Wil je een medewerker met lef of een medewerker die luistert?

Vanochtend om 8 uur staat Faruk voor de deur. Als het goed is, lost hij vandaag al mijn WiFi-ellende op die nu al twee jaar duurt. Het bellen naar KPN heb ik al tijden geleden opgegeven, want doorgaans is de toon van de helpdeskmedewerker zo vervelend en de vraagstelling lijkt ervan uit te gaan dat ik zelf alles verkeerd heb gedaan. Het zijn de muren of de kabels of ik of de apparaten. En dan, misschien eventueel wellicht KPN. Tegen die tijd spat de irritatie al uit al mijn poriën en ben ik er weer voor maanden klaar mee.

Maar in de zomer van 2018 kwam KPN met de WiFi servicetool. Dat was nog eens handig. Op afstand en volledig digitaal wordt alles getest én beoordeeld. Komt je WiFi snelheid zo rond de 8 Mbits uit in plaats van 100 dan wordt op afstand het kanaal gewijzigd. Is het dan nog steeds bagger, en dat is het, dan krijg je direct het aanbod voor gratis WiFi-versterkers. Die wilde ik wel. Maar… de kwaliteit bleef fluctueren. Het ging niet van 30 naar 60 Mbits, maar van 4 (is gelijk aan niets) naar 30, hooguit 40 en weer terug. En dat niet 1 x per dag, maar non stop, de hele dag door. Dus, op een zeker moment weer moed verzameld en maar weer eens een speedtest gedaan op een moment dat het slecht was. Met de belabberde resultaten kun je vervolgens direct een afspraak inplannen met een monteur die enkele dagen erna al komt.

Dat deed ik dus, in de zomer van 2018. Hij deed z’n best, echt waar. Mat alles door, ging een tijdje de deur uit om ergens in de wijk iets te testen, kwam weer terug, verving kabels, deed een restart van alles wat je kon restarten, je bedenkt het maar. En ik bleef maar zeggen: vervang nou gewoon die Experiabox. Dáár gaat het fout. Maar nee, ergens in de krochten van de KPN werd gezien dat het signaal vanuit de modem en in de Experiabox goed was en dat kon het niet zijn. Zucht. Met de belofte dat alles goed was nagekeken en dat het vast beter zou zijn, nam hij afscheid. En oh ja, waarschijnlijk lag het aan mijn telefoon. Helaas. Het was niet beter.

En vanochtend, nadat ik het eergisteren weer helemaal zat was, kwam Faruk. Faruk ging niet weg, voordat het was opgelost, zei hij. En dat bleek waar. Van zolder tot voordeur heeft hij alles nagekeken, gecontroleerd en veelal vervangen. Waaronder de Experiabox. Nu heb ik door het hele huis goede WiFi, dankzij Faruk. Maar vooral dankzij Faruk’s lef.

Lef én klantvriendelijk!!

Want Faruk heeft 45 minuten de tijd om bij mij de WiFi te optimaliseren, ondanks dat in de advertenties staat dat de monteur pas weggaat wanneer alles werkt. Nou, het werkt niet in 45 minuten. Dus Faruk geeft aan de planning door meer tijd nodig te hebben. En dat doet hij nog een keer. Want, zegt hij: ‘ik ga pas weg als alles werkt. Ik ben er voor KPN maar ook voor u. Het moet werken.’

Hiermee gaat hij, is mijn indruk, enigszins tegen het beleid van KPN in, ook door het vervangen van zo’n beetje alles. Dat moet je durven. De eerste monteur deed dat niet. Hij bleef binnen het boekje en ik bleef achter met slechte WiFi.

Faruk doet hiermee niet alleen mij, maar ook zijn werkgever groot plezier. Want ik ben nu supertevreden. Het kost KPN een modem en een versterker en een Experiabox. Maar eerder kostte het KPN ook al twee versterkers die ik niet nodig bleek te hebben en een monteurbezoek van 45 minuten zonder resultaat. Wat is duurder en wat lost en levert het meeste op? Faruk is goud waard. Ik hoop voor hem dat zijn werkgever dat inziet.

Welke medewerkers wil je en hoe krijg je ze binnen?

Wil je een medewerker met lef of een medewerker die luistert? De meesten zeggen nu waarschijnlijk: lef. Maar is dat wel zo? Op een medewerker met lef en initiatief heb je doorgaans minder invloed. Durf je te vertrouwen op mensen en hun kwaliteiten, past dit in je organisatie? Om de juiste mensen op de juiste plek te krijgen moet je eerst weten wie je zelf bent. Daarna weet je pas wie er bij je past. En dan ga je werven.

Je moet geen eigen initiatief verwachten van volgzame types, hoeveel vakkennis zij ook in huis hebben. En verwacht geen afwachtende wat-moet-ik-nu-doen-houding van mensen die weten wat ze in huis hebben en hoe ze dat willen en gaan uitvoeren.

Het gaat dus niet alleen om kwaliteit en kennis. Dus: wie past bij jou en wat straal je uit? Kloppen je website, je personeelsadvertenties, je brochures, je evenementen bij wie je bent? Daar kan ik je mee helpen. En als je weet wie je bent en wat je nodig hebt, dan helpt Robert Buning je met een staaltje arbeidsmarketing waar je u tegen zegt.

Wij hebben lef en weten waar we goed in zijn. En dat doen we graag voor jouw bedrijf. Heb jij het lef om met ons in zee te gaan? Bel me op 0618909601 of mail mij op heidi@grijp.nu