Mariposa route

..maar hij slaat haar niet.

Het is koud in de slaapkamer. Ze komt net uit de douche en staat nog in een hemdje. Ze wil zich aankleden omdat ze zich naakt voelt tegenover hem. Hem en zijn woede. Niet omdat ze het koud heeft. heet heeft ze het. Een uur later staat hij nog steeds tegen haar te schreeuwen en voelt ze de zweetdruppels vanonder haar oksels langs haar armen lopen. Het is angstzweet, weet ze. Ogenschijnlijk lijkt ze koel en kalm, van binnen raast ook bij haar een storm.

Het is Kerstmis, een feest dat eens betekenis voor haar had. Iets met familie, samenzijn en gezelligheid. Nu staat ze alleen. Een halfjaar daarvoor heeft ze God gevonden. Zou Kerst dan juist niet extra feestelijk moeten zijn? De geboorte van de verlossing van de mensheid, de vredevorst, wordt dan immers gevierd. Terwijl hij schreeuwt, kijkt ze in zijn ogen en denkt alleen maar: Jezus, help me. En ook: Jezus, help hem.

Het raam staat open en ze denkt ook aan de buren. Ze wonen hier nog maar pas. De derde buurt waarin ze een reputatie krijgt, realiseert ze zich. Mensen lopen met een bochtje om hen heen, zijn hooguit beleefd. Het is onmogelijk dat de buren hem niet tekeer horen gaan. Ze wisselt van steunbeen en blijft hem aankijken. Als ze dat niet doet, krijgt ze een por tegen haar armen, die ze defensief onder haar borsten gevouwen heeft.

Hoe kan het zijn dat ze zo is veranderd, dat ze dit allemaal over zichzelf laat zeggen? Inwendig voelt ze zich sterk. Ze weet dat het grotendeels bullshit is, wat hij zegt. Ze weet dat ze van waarde is, dat er mensen zijn die van haar houden en die het fijn vinden wanneer ze er is. Ze weet dat ze slim is, grappig en, wanneer het leven weer van haar wordt, creatief. Dat haar werk en vriendschappen worden gewaardeerd. Ze weet dat ze ertoe doet. Ze weet dat ze verstandig is. En het is nu verstandig om stil te blijven, zich uit te laten kafferen en te wachten tot de storm weer over is. Hij heeft haar nog nooit geslagen, al worden de tikken tegen haar armen of, wanneer ze zit, tegen haar been, wel verrekte irritant en ook voelbaar. Want haar poging tot weerwoord wordt niet geaccepteerd. Een gesprek is onmogelijk. Zijn waarheid is de enige waarheid en zij moet haar kop houden.

Een bitch was nog een te aardig woord voor haar, krijgt ze te horen. De aanleiding deze keer was zijn vraag of ze hem nog als haar man zag, of ze hen nog als een stel zag. Nee, dat zag ze niet. Liegen was nooit haar sterkste punt en bovendien zei ze dit desgevraagd al een paar maal eerder, de laatste maanden. Het doet hem pijn, dat ziet ze. Verdriet en woede in hem strijden om de eerste plek. Woede wint bijna altijd.

Ze wil weg, maar weet niet goed hoe. Niet per se weglopen uit die situatie, die gaat vanzelf weer over. Maar weg van hem. Of liever nog, hij moet weg. Verschillende mensen weten een en ander van hoe het er bij haar thuis aan toegaat, de een meer dan de ander. Maar ze realiseert zich dat ze hierin alleen staat. Het is haar besluit, haar actie. Tijdens zo’n ruzie, als dat het juiste woord is, weet ze het zeker. Advocaat bellen en maken dat ‘ie wegkomt. Dat heeft ze ook al weleens gedaan. Dat eerste, tenminste. De tweede stap is nog steeds niet gezet. Omdat de gevolgen voor hem zo groot zijn. Omdat ze weet hoe gekwetst en getraumatiseerd hij is. Omdat ze weet dat hij een persoonlijkheidsstoornis heeft, waarvoor hij behandeld gaat worden.

Weer een duw, tegen haar armen. Haar familie spant tegen hem samen, haar vriendinnen zijn geen vriendinnen en haar kinderen, fuck them. De litanie stopt niet. Hij gaat maar door. Ze strekt haar hand uit naar een panty. Het is toch eerste kerstdag, misschien moet ze iets leuks aantrekken in plaats van een oude spijkerbroek met een coltrui. Hij slaat de panty uit haar hand. Luisteren moet ze. Luisteren en naar hem kijken. Inwendig zuchtend verlegt ze haar gewicht en steunt op haar andere been. Dit gaat nog wel even duren.

 

Tags: geen tags

Reacties zijn gesloten.